Door De Hond Of De Kat

“Of je nou door de hond of de kat gebeten wordt, het is allemaal één pot nat!” Zo beëindigde mijn vader meestal zijn bijdragen aan de verjaardagsdiscussies als het om politiek ging. Vaak voegde hij eraan toe “Ze benne allemaal zo geleerd dat ze helemaal gek zijn!” en “Het benne allemaal criminelen!” In zijn ogen leek elke premier op Hitler en waren alle politici er met hun moeilijke woorden op uit om te boel te belazeren.

Nou was mijn vader beslist niet de enige die zich op familiebijeenkomsten nogal kort-door-de-bocht uitliet over actuele onderwerpen. Ik was een jaar of elf toen een hoogbejaarde tante mij door een gordijn van sigaren- en sigarettenrook, van achter haar glaasje bessenjenever een beduimeld papiertje aanreikte. “Kijk eens Piet, dit mot jij maar voorlezen, dat ken je zo goed!” Zo’n eervolle taak kun je natuurlijk niet weigeren.

Nauwelijks twee regels onderweg in het gedicht, bleek ik een racistisch manifest aan het declameren te zijn. Ik herinner mij nog de frase “Ali werken nee, Ali in ww”, waarbij het hele gezelschap in een oorverdovende schaterlach uitbarstte. Ik schaamde me kapot, temeer daar één van de aanwezige ooms een Marokkaanse schoonzoon had.

Toen mijn opa eens in verwarde toestand in het ziekenhuis lag, schrok hij zo van een Antilliaanse verpleegkundige dat hij de hele nacht woest met zijn wandelstok onder het bed aan het maaien is geweest in de veronderstelling dat er daar nog meer verscholen zaten.

Wat waren ze bang voor veranderingen, net als wij vandaag . Bang voor wat we nog niet kennen. Net als zij kruipen ook wij vaak liever weg in ons veilige wereldje waar duidelijk is wat zwart en wit of goed en kwaad is. En we sluiten liever onze ogen voor de bedreigingen en verantwoordelijkheden van de toekomst. Dat het misschien wel echt anders moet.

Wij willen met een biertje grote brokken vlees op de barbecue kunnen leggen en met het vliegtuig op zonvakantie kunnen gaan, zonder dat de kwetsbare toekomst aan onze deur klopt in de vorm van een vluchteling. Die vraagt of hij bij ons mag eten omdat zijn land door de klimaatverandering is overstroomd of uitgedroogd.

Voor genuanceerde meningen was in het wereldbeeld van mijn ouders en grootouders in elk geval ook niet zoveel plaats. Zeker niet op verjaardagen. Al nam mijn keurige oom Mars het – gezagsgetrouw als hij was – op voor de machthebbers, tenminste, als ze van het CDA waren.

Voor Lubbers bedacht hij spontaan het lied “Jij komt niet aan mijn premiertje, blijf van mijn premiertje af!”, waarbij een aanwezige vriendin van mijn ouders onder invloed van de jenever hele andere associaties kreeg. “Wat bedoelt ie nou?” zei ze, terwijl ze verbijsterd naar zijn gulp staarde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *