Allerzielenweer

In mijn herinnering was het met Allerzielen bijna altijd zulk weer. Onstuimig, stormachtig. Dreigende luchten, zwiepende takken, hagel, slagregens en regenbogen. Vroeg invallende duisternis en opgetrokken kragen.

Echt “Allerzielenweer”, noemden we het thuis. Al vroeg in de middag was mijn vader op het kerkhof in touw. Het laatste onkruid wieden tussen de stenen, onder de oeroude platanen. De laatste glazen potten schoonmaken. Die moesten de honderden graflichtjes die ’s avonds zouden gaan branden, beschermen tegen weer en wind. Zodat de vlammetjes bleven branden, tegen de verdrukking in. Hij deed het met toewijding, jarenlang.

Nu ligt hij er zelf en worden voor hem lichtjes gebrand, net als voor mijn moeder. En voor zoveel andere geliefden en bekenden die er rusten in de aarde of van wie de as er wordt bewaard of is uitgestrooid.

We hebben hen op deze plek of op een andere plaats moeten loslaten. Onder allerlei weersomstandigheden. In hoogzomerse hitte, of terwijl vogels luidruchtig van de lente zongen, of als gierende oostenwind door onze handschoenen heen kwam en vrieslucht ons de adem benam.

Sommigen werden in de bloei van hun leven weggerukt als in de storm, anderen hebben na een lang gevecht de handdoek in de ring moeten werpen. Velen waren aan het einde gekomen van een lang en rijk leven. Anderen – juist door het leven gekweld – konden met de beste wil van de wereld niet verder.

En wij stonden daar, en we zongen en baden en lieten ons in ons verdriet dragen door tradities van eeuwen, of troosten door een enkel raak woord. Of we zwegen in verbijstering. Met stomheid geslagen. De nagalm van de doodsklok en de klanken van het “In Paradisum” nog in onze oren. Niet wetend hoe verder. Of juist met hoop, en een zacht ruisend uit handen geven.

Vanavond branden er weer lichtjes en zijn er weer aarzelende woorden van rouw, verdriet, verlies, verbondenheid, eenzaamheid, dankbaarheid en gemis. En nog veel meer gevoelens waar helemaal geen woorden voor zijn. En er zal muziek zijn die de stilte niet verdrijft.

Morgenochtend zal het nog stiller zijn. Als jongen fietste ik dan in alle vroegte – donker was het nog – naar school. Aan de overkant van de Dijksloot zag ik de lichtjes nog tussen de graven. Een zwak schijnsel hing tussen de bomen. En de stormwind was gaan liggen.

2 gedachten over “Allerzielenweer

  1. Corry

    Hallo Piet wat is het toch fijn om iemand uit de koekenclub even een knuffel te geven op een plek waar onze ouders liggen! Wat zijn de foto’s van de stenen/ kei mooišŸ‘šŸ‘deed je dat met het zaklampje op je mobile??? Lfs. Corry

  2. Arend de Joode

    Wat kun je prachtig schrijven zeg! Ik kan het helemaal meebeleven. Vanmorgen las ik in Trouw het stukje van Stijn Fens, zodoende ben ik nu meer van je aan het lezen.
    Je woorden zijn een warm bad. Ze doen me goed in deze ‘rare tijden’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *