Rose & Rouge (4): Baat Bij Muziek

IMG-20150907-WA0000

Afgelopen zaterdag. Zo ziet het er blijkbaar uit als je vergeet dat er camera’s op je zijn gericht en als je aan het genieten bent van muziek maken. Ik geloof dat ik ook nog kan zien bij welk lied het was: Het Kleine Café Aan De Haven. Onvoorstelbaar. Zo’n uitgemolken moppie toch nog met zoveel overgave zingen en spelen. Alsof het nieuw was. Want we geloofden erin, het piepkleine podium werd zo’n klein café, een plek om te blijven als buiten de donkere wolken samenpakken. Het was de uitsmijter van ons uurtje optreden. Mijn vriendinnen van Rose & Rouge en ik, op het Cultureel Festival in Baarn.

Inmiddels zingen ze alweer een paar jaar onder leiding van een ander. En wat was dat slikken voor me, de eerste tijd. Dat Paul nu met hen zou beleven wat ik beleefd had. Zulke kostbare optredens, repetities, lachen en tranen. Ik voelde me een jaloerse ex. Maar nu weet ik dat het anders is. Dat oude liefde niet roest. Dat het een kwestie is van even oppoetsen en ze glimt weer, tegen de verdrukking in.

Voor even weer mijn oude plek ingenomen. En dit keer niet alleen met een accordeon, maar zelfs met een piano erbij, waardoor ik echt in mijn element kwam. Lieve mensen om mij heen, een sfeer van verbinding, en dan lukt het ineens. Liedjes krijgen een nieuwe kleur, een extra laag. Er gebeurt iets met de harmonie, de dynamiek en de klankkleur. En het verrast me. Ik stuur het niet bewust aan; ik word erin meegevoerd. Ik geloof ook steeds meer dat dit het is waardoor een optreden, een lezing, een kerkdienst, een therapie of een workshop de moeite waard maakt: dat je als “uitvoerende” gelooft in wat je brengt, dat je je ermee verbindt. Niet de perfectie of de prestatie, maar de verbinding met het materiaal, met elkaar, met je hart en daardoor ook met het publiek. Interactief. Dat je elkaar meeneemt in één dynamisch geheel.

IMG-20150907-WA0001

Ik werd er kort na het optreden ook op een andere manier weer in meegenomen. Dit keer op mijn werk. Samen met mijn directe collega’s ben ik een symposium aan het voorbereiden over muziektherapie in de revalidatie. Best spannend, want hoe vertel je nu aan een breed publiek (tot onze verrassing is er overweldigende belangstelling) in korte tijd iets over de kern van ons vak? Toen schoot ons een patiënt in herinnering. Een oudere man die door een ernstige aandoening ineens niet meer kon lopen. In onze sessies liet ik hem “Laat Me” van Ramses Shaffy horen, in de mij zo dierbare versie van Wende Snijders. En toen zijn ontslagdatum naderde, schreef hij er, terwijl ik toekeek, zijn eigen tekst op. Over zijn strijd om weer te leren staan en lopen. Om zijn plek in het leven weer in te nemen.

Bij zijn afscheid, toen hij op eigen benen het pand kon verlaten, zong hij dankbaar zijn lied voor de therapeuten. Met tranen en een breekbare stem: “Laat me, laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan. Laat me, laat me, maar laat me alsjeblieft weer staan!” Daar ga ik het bij het symposium over hebben. Over hoe dat prachtige proces ons overkwam. Omdat het me raakt kan ik er over delen. Uitdelen van de rijkdom die me ten deel viel. Ik hoefde er niet hard voor te werken, geen protocollen en doorwrochte doelen te formuleren. Open staan en naast hem staan, dat was alles.

En een andere ervaring: samen met mijn collega’s een lied voorbereiden. Op basis van een nummer van Daniel Lohues. “Baat bij muziek”. Met simpele woorden en een hartstochtelijke melodie. Met ons drieën zingen en spelen. Als vanzelfsprekend meerstemmig en energiek. Geen idee hoe het op de avond zelf uit gaat pakken, maar toen we het oefenden sprong er een vonk over. Hoe samen musiceren je kan dragen! Daarom nu, speciaal voor Rose & Rouge, alvast de tip: doe iets met dit nummer. De uitdaging voor de nieuwe dirigent er een mooie meerstemmige versie van te maken. En dat we het dan bij onze volgende ontmoeting samen kunnen zingen. Want we hebben allemaal baat bij muziek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *