Geurinneringen

De zuidoostenwind voerde zachtjes de van uien en azijn doordrongen lucht vanuit de “augurkenfabriek” van Uyttewaal naar Leimuiden. Kilometersver, van de inleggerij daar bij de Kattenbrug, over de polders en de Langeraarse Plassen naar de Oosterweg waar ik het als kind gebiologeerd in me opzoog. Ik meen dat het vooral in de nazomer was, als de verzadigde lucht trilde in de nog warme stralen van de zon.

En als ik naar school liep, achterlangs de koekfabriek van Beuk, rook ik in de zomer al dat de speculaas- en pepernotencampagne er van start was gegaan. Leimuiden was trots op koek van Beuk. Het was een onlosmakelijk onderdeel van haar geschiedenis. Van mijn persoonlijke voorgeschiedenis ook, daar de opa van mijn moeder, Andries de Rijk, er in de oorlog, na een leven lang zwaar werk op het land op zijn oude dag, versleten en slechtziend, terecht kon als manusje van alles. Vloeren vegen. En vooral bakblikken schoonmaken. En de kruimeltjes en afsnijsels die overbleven, mocht hij meenemen, zodat hij de grote arme gezinnen van zijn zoon en dochter in die barre jaren regelmatig wat extra’s toe kon stoppen. Dat ik die verhalen kende, maakte dat ik de kruidige geur des temeer kon waarderen.

En wat rook het magisch als in de wintermaanden de rietlanden van rietsnijder Poelgeest achter de Bakhuizenlaan in brand werden gestoken, zodat de verkoolde resten weer een vruchtbare laag zouden vormen voor het nieuwe seizoen. Of als jaarlijks de bodem van de kassen van Knelange, onze overburen, werd gestoomd. Die gronderige lucht die dan een paar dagen in onze buurt hing. Als de geur van rokerige Schotse Islay Whisky die ik later leerde kennen. En op woensdag, als slager Van der Meer een koe had geslacht, die in twee helften achterin in de slagerij hing, rook ik door de weeïge lucht van het pas geslachte dier ook het heerlijke eerste gebraad – rosbief meen ik – als ik na schooltijd geïnteresseerd in zijn deuropening bleef staan.

Toen ik twee maanden geleden, zoals zovelen, corona kreeg, raakte ik mijn reukvermogen tijdelijk kwijt. Hoe diep ik mijn neus ook in de koffiebus en het potje met couscouskruiden stak, ik kon niks onderscheiden. Niet levensbedreigend, en vergeleken met de IC uiteraard peanuts (dat doet me onwillekeurig denken aan pindakaas; als ik Delft binnenfietste, op bezoek bij vrienden in mijn studietijd rook ik de Calvé-fabriek), maar toch: er is iets van diepte uit je wereld verdwenen. Ik was dan ook buitengewoon verheugd toen ik twee weken na mijn besmetting langs de oliebollenkraam fietste en héél in de verte iets van haar geur ontwaarde. En toen er de volgende dag iemand met een brandend sjekkie langsliep, man wat was ik gelukkig dat ik de geur van Zware Van Nelle kon onderscheiden.

2 gedachten over “Geurinneringen

  1. Corry

    Piet, Piet wat een heerlijke rondleiding met en van geuren die jij goed bewaard hebt in ons mooie dorp! Heel herkenbaar! Het is net zo genieten als de Thijdingen van Oud Leimuiden, daar zou jouw verhaal zo inpassen. Liefs

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *