Thuis?

20160317_102357

Wie herkent dit stukje “zelfkant” van Leeuwarden? Daar aan de rand van de stad, op een stukje niemandsland tussen industrie en nieuwbouwwijk. Overwoekerde paadjes, waar nooit een medewerker van de groenvoorziening komt, verbinden de verschillende onooglijke lapjes grond met elkaar. Bramen, vlier, berenklauw en rozenbottels gaan ongestoord hun eigen gang. Afgelopen zomer en najaar was ik er al eens, me verwonderend over de ontembare kracht van de natuur, die zich dit vergeten land heeft toegeĆ«igend.

Maar op de grens tussen winter en lente is het er kaal. Het zomers ondoordringbare struikgewas is transparanter nu. En ineens zie ik het, als vanzelfsprekend tussen bomen en struiken: er staat een tentje. Ideaal speelterrein voor kinderen natuurlijk, denk ik eerst nog. Of een plek waar geliefden elkaar heimelijk ontmoeten. Maar spoedig ontdek ik dat het anders zit. Bierblikken en shagzakjes van het goedkoopste soort. Een met een bord afgedekt pannetje waar wat vliegjes omheen zwermen. Een berenburgfles. Een achteloos weggeworpen muts.

Voorzichtig sluip ik dichterbij. Hier woont iemand. Nu op pad weliswaar, maar het matrasje en de slaapzak zien er uit alsof ze vannacht nog zijn beslapen. En niet voor het eerst. Een aangebroken zak chocoladerepen van een C-merk. Een tas met kleren ernaast. Ik huiver. Dit is een thuis. Zijn thuis. Of haar thuis?

Is het een triest verhaal? Of gaat het juist over ongebreidelde vrijheid? Slaapt ze hier omdat ze het gesnurk helemaal zat was in de opvang? Is hij hierheen getrokken omdat nergens anders de merel zo hoopvol zingt in de vroege morgen? Heeft hij werk gemaakt van zijn spirituele verlangen om zonder bezit te leven en te gaan waar de wind hem heenvoert?

Of is hij vanwege jarenlange schuld zijn huis uit gezet? En heeft schaamte hem naar het randje van de bewoonde wereld verdreven? Is dit de ideale plek om de overdag bij elkaar gebedelde drank bij de ondergaande zon achterover te slaan. Om een paar uur te vergeten hoe mislukt haar leven is. Hoeveel pijn het doet dat ze haar kinderen niet meer mag zien. De plek waar een naald in zijn arm hem voor even meeneemt naar toppen van geluk.

Ik vermoed dat er veel van dit soort plaatsen zijn. Waar mensen hun toevlucht nemen die op de snelweg van het leven een verkeerde afslag hebben genomen. Of wiens motor afsloeg. Die het tempo van onze samenleving niet bij konden of wilden houden. Die aan de kant zijn gezet omdat ze anders zijn. Omdat ze banger zijn of gevoeliger. Omdat ze kind zijn gebleven of juist nooit kind mochten zijn. Levenskunstenaars van wie de verf opraakte. Paradijsvogels met dof geworden veren. Die net iets teveel stinken of net iets te hartverscheurend huilen om in “Joris’ Showroom” te mogen figureren.

Ik hoop dat hij vandaag iemand tegenkomt die naar hem glimlacht. Dat er niet teveel de spot met hem is gedreven voordat hij in zijn slaapzak kruipt. Ik hoop dat de chocoladerepen minder goedkoop smaken dan ze eruit zien. Dat de merel vanavond lang en hartstochtelijk zingt als zij haar berenburg drinkt. Dat ze vandaag goeie hasj heeft bemachtigd. En dat de tent niet lekt als het gaat regenen. Ik had zijn muts eigenlijk even in de tent moeten leggen. Dan wordt die tenminste niet nat. Stom, vergeten.

20160317_102442

Een gedachte over “Thuis?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *