Opa’s Pet

opa tekening 3

Als ik het enthousiasme zie waarmee Vera tekent (en in navolging van grote zus, vraagt ook Jonathan regelmatig om papier en kleurtjes) en als ik de resultaten van haar inspanningen bewonder, steken de herinneringen aan mijn eigen beeldende werk maar schril af. Mijn vader en moeder dachten de eerste jaren dat ik wel kleurenblind moest wezen. En als ik kijk naar de illustraties die ik tekende voor de projecten (bijvoorbeeld over ridders en kastelen) die we op de lagere school maakten, constateer ik vooral slordigheid en haast. Ik heb in mijn mand met herinneringen nog een klein stapeltje tekeningen en andere creatieve dingetjes bewaard, maar die zijn de moeite van het bekijken nauwelijks waard. Met één uitzondering: dit portretje dat ik van opa De Rijk schetste toen ik een jaar of 12 was.

Wat zal de aanleiding zijn geweest om het te maken? Het was het jaar dat opa en oma naar het bejaardenhuis in Langeraar verhuisden. Opa was niet meer zo gezond. Een paar jaar eerder had hij een beroerte gehad en hij zag en liep steeds slechter. Zelf zou ik dat jaar naar de middelbare school gaan. Een nieuwe fase, waarin ik opa en oma niet meer zo dichtbij zou hebben. Wilde ik hem, door hem te tekenen, bij me houden? Voorkomen dat hij uit mijn leven weg zou glijden? Of is dat te romantisch achteraf geredeneerd? In elk geval kijkt hij me vanaf dit portretje lief, intens en melancholisch aan. Veel sprekender dan de foto waarvan ik hem had nagetekend.

opa en oma 2

Het zegt ook wel iets dat ik oma niet heb getekend. Oma was lief. Als ze met de bejaarden van Leimuiden een bootreisje hadden gemaakt, nam ze voor mij de minipakjes honing en pindakaas mee, die van de broodmaaltijd waren overgebleven. En ze leerde mij op een druilerige woensdagmiddag dammen. Maar over de grotere vragen van het leven hoefde je het met haar niet te hebben. Daar had ik opa voor. Hij legde me uit hoe het met de wind en de seizoenen zat. Vertelde me over de oorlog en over politiek. Met hem luisterde ik naar de cassettebandjes van de blindenbibliotheek waarop de oudejaarsconferences van Wim Kan klonken. Zijn innemende lach en de twinkelende ogen achter de indrukwekkende bril verrieden een genuanceerde en relativerende kijk op wereld, kerk en geschiedenis.

En dat alles terwijl hij in armoede en zonder veel opleiding was opgegroeid, en hij vanaf zijn twaalfde zwaar lichamelijk werk had gedaan als seizoensarbeider. Aardappels poten, bieten dunnen, aren rapen en “stekelen pikken” bij de boeren. Riet snijden bij Poelgeest in het rietland. Om een gezin met negen kinderen te onderhouden. Elke avond na het eten naar de schuur om schoenen te verzolen, zagen te slijpen, en timmerwerk te verrichten. En in de late avond lezen, schrijven, tekenen, zich een mening vormen. Om later voorzitter van de plaatselijke afdeling van de vakbond te worden, en regisseur van de toneelvereniging. Een man die voor de vuist weg toespraken kon houden en moppen kon tappen. Een hartstochtelijke verteller, met wie je een levendige en felle discussie kon hebben. Wijs, eigenwijs, zelfverzekerd en koppig. En breedsprakig was hij bij dit alles ook. Een gedeelde eigenschap die ik zelf daarom met trotse herinnering draag.

Die stoere, sterke, wijze man werd oud en vertrok naar het bejaardenhuis. Hij had het er zwaar mee, maar wist dat het niet anders kon. De ochtend van het vertrek gooide hij symbolisch zijn pet in de hoek van de kamer. Vanaf dat moment zou hij buitenshuis een hoed dragen. Teken van eerbiedwaardige ouderdom. Maar tevens een afscheid van zijn werkzame leven. Van het huis dat hij nagenoeg eigenhandig had opgebouwd, het uitzicht op polder en rietland. Afscheid van het dorp waar hij iemand was. Om langzaam in de mist te gaan verdwijnen.

20150902_195837

Mijn moeder heeft het symbolische van dit moment gezien en de pet voor de voddenzak weten te behoeden. Ik heb hem jaren op mijn kamer gehad. En nu bewaar ik hem in mijn herinneringenmand. Als puber heb ik hem wel eens opgezet, waar ik uiteraard vreemd om werd aangekeken. En hoewel nu dergelijke petten weer in de mode zijn, past hij bij mij niet meer op het hoofd. Opa had blijkbaar maar een klein koppie. Of hij is door de was gekrompen. Of ik heb er teveel haar voor. Ik bewaar hem daarom voor Jonathan en Vera. Als die een jaar of twaalf zijn, zal ik ze vertellen over mijn opa. Over zijn verhalen, zijn moppen, mijn tekening en deze pet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *