Maandelijks archief: september 2014

Pappie loop toch niet zo snel

20140920_205724

De spanning is te snijden in het muzieklokaal. Zes vaste klanten van de zanggroep en ik wachten af tot hij in een rolstoel wordt binnengebracht. De vriendelijke septemberzon brengt vooralsnog geen verlichting.

Na vier maanden revalideren was hij al bijna klaar geweest om naar huis te gaan. De prothese paste, het lopen ging steeds beter en hij zou eindelijk zijn plek weer in mogen nemen in zijn gezin, het dorp, het koortje van zijn kerk. Eindelijk weer samen met zijn vriendin op zijn kleinzoon passen. Misschien de voortuin van zijn oude buurvrouw wel weer een beetje bijhouden. Met een rollator bij de hand zou het gaan. Tot de dag waarop ineens bleek dat ook zijn rechterbeen aangedaan was en een amputatie niet te vermijden. Nu was hij verder weg van huis dan ooit. Na de operatie en een poosje ziekenhuis gedesillusioneerd terug in het revalidatiecentrum en vandaag voor het eerst weer zingen.

Hij is al zo lang een vaste kracht in ons groepje en we zijn allemaal een beetje gek op Willem. Met zijn guitige ogen en donkerbruine stem, zijn ijzersterke geheugen voor muziek en zijn oprechte en nooit opdringerige aandacht voor het verhaal van de ander. Een mild en optimistisch mens. Wat was hij er trots op dat hij met zijn prothese zó goed had leren lopen dat hij zelfs de rolstoel van een groepsgenoot kon duwen. En nu…..zelf weer geduwd worden. Hoe zal het met hem zijn? Hoe gaan wij om met zijn teleurstelling, zijn pijn? Wat is er nog over van zijn levenslust?

Hij ziet bleek, moe en mat. Een echte prater is hij niet, dus ik vraag me af hoe we moeten beginnen. Ik hou het simpel en zeg “Welkom Willem, ondanks alles fijn dat je er weer bent…..heb je een verzoeknummer om vandaag mee te starten?” En Willem zegt, plotseling grijnzend: “Doe maar ‘Pappie loop toch niet zo snel’”!

Wat een manier om de deur te openen voor ons allemaal! Om eerst maar eens even te lachen, de spanning weg te laten vloeien. We hebben heerlijk gezongen die middag. En daarna ook gepraat en gedeeld. En er waren tranen. Gelukkig, zou ik willen zeggen, want humor is fijn, maar niet om toe te dekken wat er echt aan de hand is. Willem heeft met zelfspot en relativeringsvermogen de weg naar zijn eigen hart en dat van de anderen gevonden. Ik mocht daar bij staan, er ruimte voor scheppen. De juiste akkoorden aanslaan en zakdoekjes aandragen.

Steeds meer ontdek ik dat therapeut zijn voor mij vaak vooral is: ruimte maken voor dat wat gebeurt. Er bíj zijn als mensen huilen, lachen, hopen, dromen, vechten, zeuren, groeien. Niet weglopen als iemand pijn en wanhoop voelt. Niet teveel willen of vragen, maar met open handen afwachten. Wat heilzaam is, voltrekt zich vaak juist niet langs de rechte lijnen van ons plan- en doelmatig denken. Geestkracht en levenslust groeien als gras tussen de stenen, waar je het niet verwacht.

Willem is verder gaan revalideren. En hij is in staat geweest zijn eigen verwachtingen met pijn en moeite bij te stellen. De marathon was niet meer haalbaar, maar een avondwandeling met zijn dochter wél. En trouwens, ook in de rolstoel kon hij zijn kleinzoon nabij zijn. Vooraan zitten bij diens musical in groep 8.

Natuurlijk is het te gemakkelijk om Willem als voorbeeld te stellen: “Zo moet jij er ook maar mee omgaan”. Dat doet geen recht aan de verschillen tussen mensen. In die zin heeft mijn moeder gelijk als ze zegt dat iedereen zijn eigen unieke kruis heeft te dragen. Wat ik geleerd heb van Willem is vertrouwen en loslaten. Het leven is sterker dan ons plan. Daar wordt een therapeut bescheiden van.