Categorie archief: Geen categorie

Nu

Nu…zwijgen de bomen, strekken hun takken over wijdse stilte uit

Nu…geurt bosgrond zoet en vult hoofd en hart met zinderend lome herinnering

Nu… wervelen vlinders van een onbestemd witgeel tussen groen dat jonger dan jong

Nu…overstemt de merel voor het eerst het verkeer dat raasde maar trager en trager en minder

Nu… ben ik niets meer en minder passerend getuige van een wereld niets nodig

Nu…heeft het bos genoeg aan zichzelf, het leven ontwaakt, rekt zich uit en ís.

Nu

Als Bloesem In De Nachtvorst

Wat een huisvlijt. Heerlijk om ons in deze vreemde tijden te laten dragen door een traditie. En omdat het komende zondag Palmzondag is hebben de kinderen deze week hun palmpaasstok en zonneradstok gemaakt. En omdat ik op donderdag en vrijdag de thuislessen mag geven, heb ook ik me op het fröbelen, bakken en knutselen gestort. Ik blijk er meer talent voor te hebben dan ik altijd dacht. En het leidt zo heerlijk af van de RIVM-dagkoersen.

Maar behalve afleiding geven deze symbolen ook een diepere boodschap. Want in de palmpaasstok zit het hele verhaal van de Goede Week verstopt. De versieringen en de palmtakken van het grote feest; het juichend binnenhalen van de koning. Tot het kruis waaraan die koning uiteindelijk wordt geslagen, en de haan die waarschuwend kraait. De vergankelijkheid en het nieuwe leven in één groots verband.

Twee jaar geleden lag mijn vader op sterven. Ook toen brak de lente los, en barstte de natuur uit haar voegen, terwijl de oude man langzaam naar het einde toe gleed. Het voelde, hoe paradoxaal ook, als een volkomen natuurlijk en logisch proces. Loslaten en verdriet temidden van nieuw leven en een nieuw voorjaar.

Nu voelt het allemaal een stuk ongemakkelijker. Minder voorspelbaar ook. Want de sterfelijkheid en de vergankelijkheid is nu ineens overal en kan zomaar opduiken. Ik las dat door het coronavirus onze levensverwachting ineens begint te kelderen, terwijl we tot voor kort nog optimistisch waren over het collectief bereiken van honderd jaar en meer. We worden weer even op onze plek gezet. De mens en de mensheid zijn niet onsterfelijk.

Meer dan we gewend zijn moeten we het ineens weer doen met het besef dat dit ene leven net zo kwetsbaar is als appelbloesem in de nachtvorst.

Elke keer staat er als het ware geruststellend in de statistieken dat de meeste overledenen al een onderliggende ziekte hadden. Dit lijkt me alleen geruststellend voor hen die géén onderliggende ziekte hebben, en die ook nog eens niemand kennen of beminnen met zo’n onderliggende kwetsbaarheid. Iedereen met een beetje een sociaal netwerk kent mensen die aan de “verkeerde” kant van de statistiek staan. We hebben het dus te doen met onzekerheid. En met de dreiging dat we los moeten laten.

En toch, of misschien juist daarom hangen er kleurige linten in de palmpaasstok. Omdat het kruis ook op een boom lijkt. Omdat uit lijden ook leven groeit. Omdat het komende Paasfeest daar bij uitstek ook over gaat. Over liefde en verbondenheid dwars door dood, kwetsbaarheid, imperfectie en onzekerheid heen.

Hoi!

Weet je wat ik nou zo leuk vind? Dat iedereen elkaar groet! Sinds we afstand moeten houden en elkaar op straat moeten ontwijken, lijken we elkaar veel meer op te merken. En als we dan een beetje schutterig achter elkaar zijn gaan lopen of om geparkeerde auto’s heen manoeuvreren, is het bijna vanzelfsprekend om elkaar even aan te kijken en “hoi” te zeggen. Ik vind het ontwapenend en ik word er vrolijk van.

Zou het er iets mee te maken hebben dat we diep van binnen veerkrachtiger zijn dan we denken? Dat het licht meer opvalt als het donker is? Dat we bronnen weten te vinden om uit te putten als de droogte te groot wordt?

Ik ben allesbehalve een rasoptimist. Sterker nog: ik heb in het normale leven een buitengewoon groot talent voor piekeren, somberen en het verzinnen van doemscenario’s. Maar op de een of andere manier lijkt het wel of ik nú, terwijl er van dat normale leven niet zo gek veel meer over is, opmerkzamer ben jegens het positieve.

Is dat “wishfull thinking”? Of heeft het er iets mee te maken dat deze situatie zich zo aan onze en mijn controlemogelijkheden onttrekt, dat ik wel móet loslaten. En als je moet loslaten wat niet te controleren valt, blijft er ineens ruimte over om anders te kijken dan je gewend was.

Nou geef ik onmiddellijk toe dat het ongemak voor mij persoonlijk nog wel meevalt. Het is weliswaar hectisch op mijn werk, en dat de kinderen thuis zijn van school geeft ook extra druk, maar je kunt het geen lijden noemen. Ik voel me goed en gezond, maar we weten niet wat ons te wachten staat. Als we zieken in onze nabije omgeving krijgen, en misschien zelfs dierbaren moeten loslaten, wordt het vast moeilijker om het licht te zien.

Toch hoop ik dat zoiets kleins als de opgestoken hand op straat onze veerkracht aantoont. En dat het erop aankomt in moeilijke omstandigheden onze menselijkheid, onze creativiteit en humor te bewaren.

Huidhonger

Schrale handen van het vele wassen. De inwerking van zeep en alcohol. Schrale troost van een beetje handcrème. Maar ook schrale handen van het niet mogen aanraken en het niet aangeraakt worden. Schrale tijden voor mensen met huidhonger.

En ik ben nog in de gelukkige omstandigheid deel uit te maken van een gezin waar we elkaar wel kunnen knuffelen, aanraken, troosten. Maar welke armen omhelzen mijn oude moeder? Welke handen strelen de handen van zoveel andere oude, eenzame, verwarde en verdrietige mensen? En hoeveel mensen zijn er nu wereldwijd ziek of stervend zonder dat ze huid op huid voelen?

We zijn bang, terecht bang voor een gevaarlijk virus. En daardoor zijn we noodgedwongen bang voor elkaar. Zie ons elkaar onhandig en schichtig passeren op straat. Onze achterdochtige blikken als we iemand horen hoesten.

Hoe blijf je menselijk als je bijna alleen nog virtueel contact mag hebben? Al is het een geweldig en onmisbaar wonder dat we elkaar via audiovisuele middelen zien en horen, toch ontbreekt er wezenlijk iets.

Zullen we het straks inhalen? Zullen we elkaar weer leren hoe het kan zijn? Ja, laten we elkaar verhalen vertellen over hoe graag we elkaar willen strelen, troosten, beminnen. Als middel tegen angst en eenzaamheid. Al mag het er nu niet zijn, het bestáát wel. In je hart, in je herinnering en in je verlangen.

Klein Genoeg?

Leeuwarden, Van Harinxmakanaal, 17 maart 2020

Lang geleden dat ik zo’n mooie zonsopgang meemaakte. Er zijn natuurlijk wel vaker mooie zonsopgangen, waar ik met een schuin oog naar kijk, in het voorbijgaan, terwijl ik met andere dingen bezig ben. Autorijden, ontbijt klaarmaken, de afvalbak buiten zetten. Maar déze zonsopgang maakte ik bewúst mee. Terwijl ik een ochtendwandeling maakte, voordat de massa ontwaakte.

Toen ik vanmorgen wakker werd, dit keer rond kwart voor zes (alweer een verbetering ten opzichte van gisteren, toen het half vijf was) besloot ik te doen wat ik me gisteren had voorgenomen. Niet meteen het coronanieuws bekijken, maar de deur uitgaan. Lopen tot de zon komt.

In de ochtendschemering zag ik meerkoeten, hoorde merels, en oorverdovend de koolmezen. Kraaien en een duif. En dit keer niet overstemd door koortsachtig autoverkeer. Ik hoorde de kerkklok zes uur slaan, en dacht willekeurig aan het oude Angelusgebed, waarmee onze voorouders hun dagen markeerden.

Zes uur ’s morgens, twaalf uur ’s middags en zes uur ’s avonds luidde de klok. Als een refrein tussen de coupletten van het dagelijks bestaan. De boer op het land, de bakker op zijn bakfiets, ieder bad “De engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt, en ze heeft ontvangen van de Heilige Geest”. Onbegrijpelijke taal voor de meesten van ons nu. Maar toch met een bijzondere lading. Want het was een manier om ons aardse leven, onze aardse zorgen in verbinding met de hemel te zien. Om te zeggen: we staan niet alleen, er is een groter verband waaronder wij veilig zijn.

We voelen ons op dit moment een stuk onveiliger dan we gewend zijn. Een groter verhaal van een god en een hemel is voor de meesten van ons een soort aandoenlijk of ergerlijk sprookje geworden. En met de dreiging van ziekte en ondergang weten we ook al weinig raad meer. De veiligheid van onze tot voor kort rotsvast lijkende economie en gezondheidszorg is een schijnveiligheid geworden. En nu maar leren omgaan met die beklemmende onzekerheid.

Ik voelde me onder de enorme kleurende hemel toch even geborgen vanmorgen. Omdat ik was omringd door natuur, leven dat doorgaat. Ook al is het diezelfde natuur die virussen voortbrengt. Maar soms voelt het gewoon geborgen om niet zo belangrijk te zijn. Klein te zijn, klein genoeg om gedragen te worden….

Mindfull Medicijn

Na mijn avondwandeling door onze onwerkelijk lege stad wacht Miesje op de eerste gelegenheid om op mijn schoot te springen. Onmiddellijk rust. Een poes is zo’n krachtig mindfull medicijn tegen onrust.

En aan onrust geen gebrek, deze gekke dag. Mijn hele lijf zat er vol mee. Vanaf vanmorgen, toen ik, veel te vroeg wakker, de verleiding niet kon weerstaan om enkele pikzwarte doemscenario’s te bestuderen op internet. Zodat ik al voor het licht werd moeite moest doen om mijn voortwoekerende gedachtenstroom te beteugelen. Dat kost energie.

Niet meer doen, nam ik me voor. Alleen nog maar naar de gerustellende baard van het RIVM luisteren, en maximaal twee keer per dag. En naar de toespraak van de premier natuurlijk.

Trouwens, tussen haakjes: die man verdient hulde. Dat hij er toch weer staat, in deze onoverzichtelijk complexe situatie. Ik zou niet graag in zijn schoenen staan. Politiek lijkt soms een spel, maar hier houdt de speelsheid op. Ik vind Mark vandaag een kanjer.

Gelukkig floot de merel toen de zon vanmorgen opkwam. En voordat de anderen wakker werden ging ik, een kop thee in de hand, op ontdekkingstocht door de tuin. Ik zag, in de de zich langzaam als leguanentongen ontrollende varenbladeren (zoals de onvolprezen Maarten van Rozendaal dichtte) pissebedden met vastberaden tred heen en weer lopen. Alsof er geen corona bestond.

Corona bestaat ook helemaal niet voor pissebedden. Het overgrote deel van de natuur draait gewoon door. Of wij nu massaal bezwijken of niet. Het leven is onverwoestbaar. Ik stel me wel eens voor hoe het eruit zou zien als wij ineens van de aardbodem zouden verdwijnen. Binnen dertig jaar zou alles overwoekerd zijn, zoals een fotoreportage van het verlaten gebied rond Tsjernobyl laat zien. Een enorme variëteit aan planten en dieren neemt het over. Een even apocalyptische als geruststellende gedachte.

Maar zover komt het echt niet door de huidige pandemie. Hoe ver het wel komt weten we niet. En dat we het met die onzekerheid moeten zien uit te houden weten we wel. Intussen lees ik af en toe een paar bladzijden in “Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt” van Haemin Sunim. En ik leer voor de zoveelste keer iets over mijn eigen gedachten. Dat ik me niet hóef te laten meevoeren door een maalstroom in mijn hoofd. Dat ik ervoor kan kiezen om mijn aandacht te richten op iets van waarde. En dat dat soms iets heel anders is dan waar we ons met ons allen druk om maken.

Dat morgenstondelijke inzicht heb ik uiteraard niet de hele dag vast kunnen houden. Want wat een toestanden rond het thuisblijven van de kinderen van school en de onzekerheid op het werk over wat er wel en niet door kan gaan. Langer dan een uur vooruit kijken kun je bijna niet.

Maar gelukkig floot ook vanavond tegen zonsondergang de merel. En toen ik, nadat we de kinderen naar bed hadden gebracht, mijn avondwandeling maakte, rook het overheerlijk naar lente. En toen ik terugkwam sprong Mies op schoot, en nu klopt alles weer even.

Even Uw Aandacht

Nu het land vanwege het coronavirus min of meer op slot zit, zie je pas hoe druk wij met z’n allen zijn. Niet alleen met werk en school, maar ook met sport, cafébezoek, uit eten, vakantie, skiën, theater, bioscoop, op visite gaan, kerk, vrijwilligerswerk.

Nu het allemaal even niet kan, nu we er ons noodgedwongen even van moeten onthouden, voelen we hoe verslaafd wij eigenlijk zijn aan al deze bezigheden. Aan consumeren, recreëren. Het vullen van onze dagen. Aangespoord door onze buren en vrienden die immers hetzelfde doen.

Gelukkig hebben we onze schermen en schermpjes nog, zodat we allemaal toch íets te doen hebben. Ik betrap mezelf erop dat ik nog meer dan anders bezig ben met het bijhouden van nieuws, sociale media, reacties op reacties. En ik word er eigenlijk alleen maar opgefokt en angstiger van. Met mijn aanboren neiging tot gepieker, is het helemaal niet goed voor me om mezelf te overladen met corona-informatie.

Misschien is het wel beter om mezelf te begrenzen en maximaal zo’n twee keer op een dag te kijken naar het nieuws en de aanbevelingen van deskundigen. Daar vervolgens op vertrouwen en ernaar handelen. En een beetje leren leven met deze onzekerheid én deze onverwachte ruimte en leegte op de vierkante meter. Zeeën van tijd ineens.

Ook ík weet niet zo heel goed raad met mijn zeeën van tijd en ruimte. Toch is dit bij uitstek een gelegenheid om in praktijk te brengen wat ik al zo lang verlang, en vaker probeer: aandachtig en rustig in het hier-en-nu leven. Minder opvullen en minder opgaan in de dagelijkse onrust.

De angst voor het grote kan misschien gerelativeerd worden met verwondering om het kleine. Aandachtig kijken naar het spelen van de kinderen of de gelukzalige slaap van de poes. De merel die over de lente zingt. Het ontvouwen van het eerste blad aan onze kleine appelboom.

Van Harte Z.K. Z.N. en Z.U.

Ergens in het archief van mijn moeder, in de hoog opgetaste stapels oude brieven, kaarten en formulieren moeten er nog vele liggen. Kerstkaarten van rond de oorlog, verzonden door oudooms en- tantes, met enkel en alleen de voor ons raadselachtige afkorting “Z.K. en Z.N”, en daaronder slechts de initialen van de afzender. Het zal niet lang meer duren of niemand weet nog dat deze afkortingen staan voor Zalig Kerstfeest en Zalig Nieuwjaar. Vergeetwoorden, zou Frits Spits ze in zijn taalprogramma De Taalstaat noemen. En daar dan nog de afkortingen van. Zodat ook de minder geletterden hun wens konden sturen.

Overigens bestaat er in deze categorie een nog veel curieuzere afkorting, te weten “Z.U.” Dat wil zeggen “Zalig Uiteinde”. Ik heb het wel spottend horen gebruiken om de edele delen van pausen of andere hoogwaardigheidsbekleders aan te duiden (evenals het als het hiervoor geschikte synoniem “heilig voorhangsel”). maar oorspronkelijk wens je elkaar met “Zalig Uiteinde” toe dat je het einde van het jaar met een schoon geweten kunt beleven, en dat dit ook zo mag zijn bij het einde van je leven. Dat je veilig mag oversteken naar de overkant.

Waar de hedendaagse voorgedrukte kerstkaarten ons vrolijkheid, gezelligheid en eventueel geluk wensen, is de rooms-katholieke uitdrukking “Zalig” uit ons collectieve taalgebruik verdwenen. Protestanten moesten er toch al niks van hebben, want “niks of niemand is zalig dan God zelf”. En als ik per ongeluk (of stiekem een beetje provocerend) tegen een oudere gereformeerde broeder of zuster “Zalig Kerstfeest” zeg, lokt dat dan ook nogal eens ongemakkelijke blikken uit. Oudere katholieken wensen het elkaar nog wel, na de nachtmis. Maar in de rest van de samenleving is het woord Zalig tijdens de Kerst hooguit voorbehouden voor een culinaire heerlijkheid.

Met het verdwijnen van de traditionele religie uit de samenleving, verdwijnen de oude betekenisdragende woorden. Door adjectieven “vrolijk” en “flitsend” begeleid, wordt Kerstmis vooral een neonverlicht consumptiefeest. En dat er van Advent en Kerst ook iets als verstilling, persoonlijke groei en maatschappelijke betrokkenheid zou kunnen uitgaan, is daar nogal oncomfortabel mee in tegenspraak. Laat staan dat we nog iets kunnen met de geheimtaal waarin God geboren wordt in een kind, om de wereld te gaan omvormen.

Ook in mijn leven is het geloof, althans de vorm van “poppenkast” die de Rooms-Katholieke Kerk is, enigszins naar de achtergrond verdwenen. Om Gerard Reve vrij aan te halen: degenen die in Nederland de rol van Jan Klaassen in deze poppenkast spelen (bisschoppen en andere ambtsdragers) spelen hun rol helaas nogal kleurloos en weinig aansprekend. De poppen zijn versleten, en de gordijnen mogen van mij wel even dicht blijven. En ik gun mezelf na veertig jaar kerkelijke activiteiten – vanaf mijn vijfde, toen ik “Klein Klein Jezuken” voorzong in de Kerstnachtmis heb ik nagenoeg altijd muzikale of andere rollen vervuld in de eredienst – die afstand van harte. Een soort “sabbatical” waarvan ik niet weet hoe lang die duurt.

Maar mét Herman Finkers geloof ik wel dat we uiteindelijk “poppenkast” nodig hebben om datgene waar het echt om gaat te kunnen benaderen. Religie, kunst en muziek verwijzen door naar een diepere gedroomde en verlangde werkelijkheid. Waar ook ik niet zonder kan. Dus ik doe de poppenkast niet de deur uit (al hou ik de gordijntjes nog even dicht), evenmin als de oude kerststal en het kruisbeeld. En ik wens jullie van harte Z.K. Z.U. en Z.N.

Klein Licht

Een oeroud ritueel vanmorgen. Op de school van mijn kinderen werd het Luciafeest gevierd. Eén meisje in een wit gewaad en een krans met brandende kaarsen op haar hoofd, liep de hele school door, terwijl de klasgenootjes van klas vier haar, ook in witte gewaden en met een lantaarn in de hand volgden. Ingetogen en als met één stem zongen ze “Santa Lucia”. En in alle klassen lieten ze hun licht schijnen en deelden ze saffraanbroodjes uit. Het was stil in de school; iedereen, kinderen van alle leeftijden en nog wat aanwezige ouders ontvingen dit magische moment, respectvol, ín het moment. En zoals het concert van Beth Hart me twee weken geleden raakte, vooral toen ze “Leave The Light On” zong, raakte ook dít licht me.

Op de Vrije School worden deze maanden allerlei oude lichtfeesten vormgegeven. Naarmate de dagen donkerder worden, wordt het verlangen naar Licht sterker. En de feesten van Sint Maarten, Sint Nicolaas, De Advent, Sint Lucia, Kerst, Driekoningen, Maria Lichtmis verwijzen naar de terugkeer van het Licht, de zon, het leven. Voor onze kinderen zijn het levende ervaringen. En als vader mag ik er een stukje van meebeleven. Of het nu is bij de dagelijkse Adventsmuziek in de hal van de school, of bij de muzikale voorbereidingen van het oude Kerstspel.

Gisteren reed ik in alle vroegte over de Afsluitdijk naar mijn moeder in Alphen aan den Rijn. En terwijl ik op de brug bij Den Oever wachtte, fotografeerde ik in het oosten het licht dat in het IJsselmeer opstond. “Nu Daagt Het In Het Oosten”, dacht ik. Een uurtje later was ik bij mijn moeder in de serviceflat. Hoorde dat ze er de avond tevoren een mooi feest in kerstsfeer had gehad. Diverse mensen hadden met haar gedanst. Muziek, licht en dans. Juist in de donkerste tijd. Hoe welkom.

Soms doet licht pijn aan mijn ogen. Is het teveel ineens. Soms is het veiliger je vast te klampen aan het donker, omdat dat vertrouwder is, je eraan gewend bent om in de schaduw te blijven. Omdat je denkt dat je niet de moeite waard bent, of omdat je je schaamt. Omdat je eenzaam bent, verdrietig, boos of bang. Ben je wel eens bang? Ik wel. Dan lijkt het me het goed dat het licht zo nu en dan door de wolken “breekt”, misschien op momenten dat je het niet verwacht. Dat het er soms even is, zodat je eraan kunt wennen. Dat het niet met schreeuwend neon, maar met een enkel kaarsje begint.

Muziektherapie Voor Een Muziektherapeut

Intens was het, afgelopen vrijdag. Eigenlijk te intiem en te groot om het in woorden te kunnen vatten. Het solo-concert van Beth Hart met de titel “War In My Mind” in Amsterdam stond al bijna een jaar in mijn agenda, dus ik had er al een tijd naar uitgezien. Maar dat ik er zo ondersteboven van zou raken had ik niet verwacht. Zonder band, alleen met de piano, en met haar zo doorleefde stem heeft ze me alle hoeken van de zaal en vooral van de ziel laten zien. Haar eigen ziel, mijn eigen ziel. De pijn, de verwarring van haar leven met een bipolaire stoornis en verslavingen, hoop en wanhoop, angst en ontremming, overgave en vertrouwen. Met humor en ontwapenend open. Wat mooi!

Een paar weken geleden was ik op een symposium over muziek in de zorg, over kunst in de zorg. En daar riep professor Bas Bloem op om juist in tijden van crisis, of het nou een maatschappelijke, economische of persoonlijke crisis is, méér met kunst te doen. Want kunst maakt gelukkig, maakt dat je voluit leeft, en dat je wonden worden geheeld, dat wat verstard is weer in beweging komt. Als dat bij iemand het geval is, is het bij Beth Hart. Ze vertelde tijdens het concert dat ze elke keer als het leven haar naar de keel grijpt, onmiddellijk naar de piano loopt, om één met haar instrument haar pijn uit te schreeuwen of op adem te komen. Zo ontstaat haar muziek.

Dat ze die liederen vervolgens aan óns laat horen, en met ons haar zielenroerselen deelt is therapeutisch. Het is verbinding, niet alléén zijn, maar herkenning vinden. En dát is voor ons, toehoorders weer therapeutisch. Althans voor mij. Muziektherapie voor een muziektherapeut. Want de tranen van ontroering, verdriet, herkenning en vreugde die de hele avond over mijn wangen liepen, brachten mij weer in verbinding met mezelf en met de ander, naast me. En Beth helpt je de schaamte voorbij te komen, omdat ze zelf zo weerloos en echt is. En ik deel haar verwondering en dankbaarheid over de mensen die bij haar zijn gebleven, zoals haar man en haar manager, die in de grootste ontreddering van haar bleven houden. Onvoorwaardelijk.

Een kleine illustratie vanuit een ander concert van Beth, vorig jaar. Over het licht aanlaten, als het intens donker is: